| |
|
'La planète de Jaco' / text Elisabeth Marain/Zwijsen, 2002
'Kat en Vos' / text Martina de Ridder en Yelena Ryschkova/De Boeck, 2002
'Les Trois Masques' / text Elisabeth Marain/Zwijsen, 2002
'Ivan en het paardje' / text Martina de Ridder en Yelena Ryschkova/De Boeck, 2003
'Muisstil op Zolder' / text André Fruithof /De Boeck, 2003
'Le passanger Clandestin' / text Philippe Lenoir/Zwijsen, 2004
'Mart en Roel' / text Brigitte Minne/Zwijsen, 2005
'Mie, Woef en Veer' / text Brigitte Minne/Zwijsen, 2005
‘Mijn eerste sprookjesgroeiboek’ / text Hilde Vandermeeren/Davidsfonds-Infodok, 2006
‘Loes en Tom’ / text Brigitte Minne/Zwijsen, 2007
‘Mijn eerste griezelgroeiboek’ / text Hilde Vandermeeren/Davidsfonds-Infodok, 2007 |
| |
|
Als kind hield Rosemarie De Vos (°1979) al van tekenen, verftubes uitknijpen, slijpsel ruiken en toveren met grafiet. In het middelbaar koos ze dan ook de richting Beeldende Kunst en later studeerde ze toegepaste grafiek aan het Phl te Hasselt.
Haar eerste prentenboek, 'Lies en Kleine Kater' verscheen nog voor ze haar diploma behaalde en werd onder meer uitgegeven in Frankrijk, Denemarken en Korea. Dit prentenboek werd genomineerd door “Kinder- en Jeugdjury”
“Het Sprookjesgroeiboek”, “Het Griezelgroeiboek” en “Kriebeltje wil spelen” zijn haar meeste recente werken.
Rosemarie realiseerde intussen haar grote droom. Sinds mei 2008 werkt ze voltijds als zelfstandig illustrator.Haar stijl is uniek en herkenbaar. Ze werkt met acryl en start meestal met een donkerkleurige grondlaag. Vanuit deze grondlaag krijgen de personages hun karakter en komen ze stilaan tot leven.
Tijdens de auteurslezingen in bibliotheken en schoolklasjes hoort ze vaak “Wie ben jij en wat doe jij?”
En meestal volgt dan het volgende verhaaltje als antwoord:
“Wel…. Rosemarie De Vos heeft een deurtje in haar hoofd.
' Ieeeep ', piept de deur als ze die opent.
Ze loopt langs een lange, steile, houten kraaktrap naar beneden.
Aan haar arm bengelt een rieten mandje.
Rosemarie plukt letters en beelden die in haar hoofd hangen.
Net zoals appelen en kersen aan een boom.
Toen Rosemarie nog een Rosemarietje was, verslond ze honderden boeken.
Misschien wel véél meer ...
Ze heeft gelezen over hoe je moet plassen op een potje,
hoe de sterren zijn ontstaan en hoe kabouters leven.
Over een varkentje dat teveel snoept, over een toverspiegel en een draak,
over feëen, wolven, heksen, zinkende schepen en gevaarlijke piraten.
Ze las over hoe je rupsen kan vangen en hoe ze vlinders worden.
Over muizenplaneten, versjes en gedichtjes over lief en stout.
Grote en kleine boeken. Dunne en dikke stripverhalen.
Korte en lange verhalen over er was eens ...
Boeken boordevol letters en tekeningen.
Wanneer Rosemarie leest, krijgt ze beelden in haar hoofd.
Al die beelden verzamelt ze in haar hoofd.
Als ze achter de teken- of schrijftafel kruipt, opent ze het piepende deurtje in haar hoofd.
Ze loopt langs de lange, steile, houten kraaktrap naar beneden.
Aan haar arm bengelt een rieten mandje.
Ze gaat op zoek naar mooie letters en beelden.
Daarmee brouwt ze een nieuw verhaal.“ |